Steeds vaker verschijnen er berichten over stamceltherapie voor parkinson. Soms lijken die berichten bijna te mooi om waar te zijn. Maar wat is stamceltherapie eigenlijk, en hoe ver is de wetenschap echt?
Wat gebeurt er in de hersenen bij parkinson?
Bij de ziekte van Parkinson gaan langzaam hersencellen verloren die dopamine aanmaken. Dopamine is een stof die belangrijk voor communicatie tussen hersengebieden, bijvoorbeeld voor het aansturen van bewegingen. Door het tekort aan dopamine ontstaan klachten zoals trillen, stijfheid en moeite met bewegen.
Bij atypische parkinsonismen zijn naast dopaminecellen vaak ook andere hersencellen beschadigd. Bijvoorbeeld cellen die automatische functies zoals bloeddruk, plassen en darmwerking regelen. Ook cellen die een ondersteunende rol hebben in de hersenen kunnen beschadigd raken.
Lees meer over atypische parkinsonismen
Wat is stamceltherapie bij parkinson?
Stamcellen hebben de bijzondere eigenschap dat ze kunnen uitgroeien tot verschillende soorten lichaamscellen. Onderzoekers proberen van stamcellen nieuwe dopaminecellen te maken en die in de hersenen te plaatsen. Het idee is dat deze nieuwe cellen een deel van de verloren functies kunnen overnemen.
Dat klinkt veelbelovend, maar stamceltherapie geneest parkinson niet. De onderliggende ziekte blijft aanwezig. Stamceltherapie richt zich vooral op het vervangen van verloren dopaminecellen, en het aanvullen van dopamine. Stamceltherapie voor atypisch parkinsonisme is daarom nog ingewikkelder, en minder ver ontwikkeld dan bij de ziekte van Parkinson.
Veel aandacht voor stamceltherapie online
Stamcelonderzoek spreekt tot de verbeelding. Het idee dat beschadigde hersencellen vervangen kunnen worden, geeft veel mensen hoop.
Onderzoekers zien in vroege studies soms positieve effecten. Sommige deelnemers bewegen soepeler of hebben minder medicijnen nodig. Tegelijkertijd verschillen de resultaten sterk per persoon. Wetenschappers proberen nog beter te begrijpen:
- welke mensen het meeste baat kunnen hebben bij de behandeling;
- wanneer in het ziekteproces de behandeling het beste werkt;
- hoeveel stamcellen er nodig zijn;
- hoe de nieuwe cellen goed kunnen overleven in de hersenen.
Ook de veiligheid op de lange termijn moet verder onderzocht worden.
Online verschijnen soms verhalen of commerciële aanbiedingen die verder gaan dan wat wetenschappelijk bewezen is. Deze behandelingen zijn vaak erg duur, terwijl het effect niet bewezen is.
Stamceltherapie bij parkinson: de stand van zaken
De huidige stand van de wetenschap laat zien dat stamceltherapie een veelbelovende, maar nog experimentele behandeling is. Onderzoekers slagen er steeds beter in om uit stamcellen dopamine-producerende hersencellen te maken. De eerste klinische onderzoeken zijn hoopgevend, maar er is nog onvoldoende bewijs dat stamceltherapie de klachten op lange termijn blijvend vermindert of het ziekteproces stopt. Daarnaast is de behandeling vooral gericht op het vervangen van dopaminecellen. Andere schade die door parkinson in de hersenen ontstaat, kan hiermee niet worden hersteld.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Daarom is stamceltherapie in 2026 nog geen standaardbehandeling, maar een ontwikkeling die in klinische onderzoeken verder wordt onderzocht.
Belangrijk om te weten:
- stamceltherapie is nog experimenteel;
- de behandeling is nog niet algemeen beschikbaar;
- er is nog geen bewijs dat parkinson ermee genezen kan worden.
De wetenschap zet stappen vooruit, en voor mensen met parkinson geven deze ontwikkelingen hoop. Tegelijkertijd vraagt goed onderzoek tijd, zorgvuldigheid en financiële steun. Alleen zo kunnen nieuwe behandelingen veilig en verantwoord beschikbaar worden gemaakt.
Bron: Stamper, A., Bulstrode, H., & Barker, R. A. (2026). Stem cell treatments and Parkinson’s disease: Science and misconceptions. Journal of Parkinson’s Disease.