Als je me zou vragen een top drie te maken van dingen die je als mens liever niet kwijt raakt, dan staat autorijden daar verrassend hoog in.’
Niemand heeft ooit gezegd dat ik geen auto meer mág rijden. Er kwam geen brief van het CBR. Geen arts die tegenover me ging zitten met de trieste mededeling dat het onverantwoord was geworden. Het besluit kwam ongemerkt van binnenuit.
Dat klinkt nu alsof ik afscheid heb genomen van een glanzende cabrio waarmee ik jarenlang langs Zuid-Franse kustwegen toerde. Maar ik scheur in een elektrisch Fiatje 500 dat qua uitstraling ergens tussen een huishoudelijk apparaat en een dapper boodschappenkarretje in zit. Maar toch. Autorijden hoort bij het leven zoals je dat voor jezelf hebt ingericht. Kunnen gaan en staan waar je wilt. Zelf bepalen wanneer je vertrekt. Niet afhankelijk zijn.
Sterker nog: als je me zou vragen een top drie te maken van dingen die je als mens liever niet kwijt raakt, dan staat autorijden daar verrassend hoog in. Daarboven eindigen alleen nog twee andere essentiële menselijke vaardigheden: zelf je billen kunnen wassen en seks natuurlijk.
Het gekke is: het rijden zelf gaat nog best. Het besturen van een automobiel blijkt uiteindelijk veel minder over techniek te gaan dan je denkt. Het gaat over overzicht houden en snel kunnen reageren. Tegelijk kunnen inschatten wat een tegenligger doet, of die scooter gaat afslaan en waarom iemand vóór je ineens op de rem trapt.
En juist van die vaardigheden heeft parkinson iets van afgeknabbeld.
Niet dramatisch. Mijn hoofd is niet helemaal uitgevallen. (Alhoewel ik ook weleens op een plek ben beland, waarvan ik achteraf niet meer weet hoe ik daar ben gekomen. Dat was doodeng.) Maar mijn hersenen werken alleen soms met lichte vertraging. Alsof de informatie nog even langs een afdeling moet die zwaar onderbezet is. En tegen de tijd dat alles verwerkt is, is de situatie natuurlijk al weer veranderd. Daarbij is mijn oogziekte glaucoom ook nog eens hele onhandige handicap.
Dat is confronterend, omdat je niet alleen een praktische gewoonte opgeeft, maar ook een geliefd zelfbeeld. De auto is blijkbaar toch een onderdeel van mijn identiteit en onafhankelijkheid. Ik kan nergens meer heen zonder een paar mensen op te trommelen, want openbaar vervoer is ook een schaars goed in mijn contreien.
Tegelijk zit er ook opluchting in. Niet meer voortdurend denken: gaat dit eigenlijk nog wel goed? Of uren van tevoren zenuwachtig zijn dat ik met de auto op pad moet. Al blijft het een wat treurige mijlpaal dat je serieus moet nadenken over welke verliezen acceptabel zijn. Waarbij ik toch hoop dat die andere twee uit de top drie nog even buiten schot blijven.

Jan Heemskerk kreeg in 2021 de diagnose ziekte van Parkinson.
Met zijn maandelijkse column voor ParkinsonNederland wil hij graag een nuttige bijdrage leveren aan de bewustwording van deze ziekte. Natuurlijk met zijn kenmerkende mix van empathie en zelfspot.
Jan geniet van bescheiden bekendheid als voormalig hoofdredacteur van de mannenbladen MAN, FHM en Playboy. Jan was ook lange tijd columnist bij onder meer Linda. (samen met Saskia Noort), Flair (met Marcel Langedijk) en Kek Mama (over vaderschap en relatie). En schreef voor vrouwenbladen als Libelle, Margiet Viva, Plus, Jan, Saar, Telegraaf Vrouw en Volkskrant Magazine talloze artikelen, vooral over de verhouding en verschillen tussen man en vrouw. Maar hij draait zijn hand ook niet om voor het presenteren van een radio/tv en/of podcast-programma.
Elke maand delen onze columnisten persoonlijke verhalen, ervaringen en inzichten over parkinson. Jan en Wytze schrijven openhartig over hun leven met parkinson, terwijl Marlies haar kennis en ervaringen deelt over parkinson als fysiotherapeut en leefstijlcoach. Lees hier de nieuwste columns.