Ik ben al mijn hele leven slecht in ruziemaken. Mijn vrouw is er veel beter in. Dat klinkt als een compliment, maar zo bedoel ik het niet. Ik kies blijkbaar vrouwen met een scherpe tong, terwijl ik zelf meer van de categorie ‘boos zwijgen’ ben. Aan het eind van een woordenwisseling stond ik vroeger meestal mokkend uit het raam te kijken, terwijl zij nog drie ijzersterke argumenten over had. Ik dacht altijd dat dat mijn dieptepunt was.
Sinds parkinson me heeft getroffen is het nog erger geworden. Het voelt soms al alsof iedereen beter is toegerust op het dagelijks leven dan ik. Mijn vrouw voorop. Maar dat merk ik vooral als we een meningsverschil hebben. Ik ben namelijk een mompelaar geworden. Ik hoor mezelf best duidelijk praten, maar de buitenwereld schijnt iets heel anders te horen. Daardoor ontstaan discussies over dingen die ik helemaal niet heb gezegd. Of juist wel, maar dan vijf seconden later. En vijf seconden… is tijdens een ruzie een eeuwigheid.
In mijn hoofd heb ik de perfecte repliek al klaar. Een messcherpe oneliner die de discussie voorgoed beslist. Alleen… tegen de tijd dat die eindelijk mijn mond heeft bereikt, zijn we alweer drie verwijten, twee zuchten en een dichtgeslagen keukenkastje verder. Dan blijft er van mijn briljante comeback weinig meer over. Ik eindig met professioneel mokken, terwijl mijn vrouw nog op kruissnelheid zit.
Soms raakt ze geïrriteerd door dingen waar ik werkelijk niets aan kan doen. Na weer eens een diepe zucht en een rollende oogbeweging van haar, was ik er klaar mee. Ik zei: ‘Stel je nou eens voor dat mijn been was geamputeerd. Dan zou je me toch ook elke avond de trap op helpen, zonder opzichtig gezucht?’ Het bleef even stil. Dat beschouw ik als een zeldzame overwinning.
Het gekke is dat parkinson je op sommige vlakken ontzettend beperkt, terwijl andere mensen je juist onderschatten. Mijn oude buurman Arie wilde laatst een zware balk voor me tillen. ‘Doe jij maar rustig aan,’ zei hij. Lief bedoeld, maar nergens voor nodig. Ik had die balk met gemak zelf kunnen dragen. Desnoods twee.
Daar staat tegenover dat ik soms niet meer zeker weet of ik mijn medicijnen al heb ingenomen. Elke dag dezelfde pillen, op dezelfde tijd: je zou denken dat daar routine in komt. Blijkbaar denkt mijn brein daar anders over.
Mensen zien vooral wat je niet meer kunt. Of ze verwachten juist dat je alles nog kan zoals vroeger. De waarheid zit er precies tussenin.

Jan Heemskerk kreeg in 2021 de diagnose ziekte van Parkinson.
Met zijn maandelijkse column voor ParkinsonNederland wil hij graag een nuttige bijdrage leveren aan de bewustwording van deze ziekte. Natuurlijk met zijn kenmerkende mix van empathie en zelfspot.
Jan geniet van bescheiden bekendheid als voormalig hoofdredacteur van de mannenbladen MAN, FHM en Playboy. Jan was ook lange tijd columnist bij onder meer Linda. (samen met Saskia Noort), Flair (met Marcel Langedijk) en Kek Mama (over vaderschap en relatie). En schreef voor vrouwenbladen als Libelle, Margiet Viva, Plus, Jan, Saar, Telegraaf Vrouw en Volkskrant Magazine talloze artikelen, vooral over de verhouding en verschillen tussen man en vrouw. Maar hij draait zijn hand ook niet om voor het presenteren van een radio/tv en/of podcast-programma.
Elke maand delen onze columnisten persoonlijke verhalen, ervaringen en inzichten over parkinson. Jan en Wytze schrijven openhartig over hun leven met parkinson, terwijl Marlies haar kennis en ervaringen deelt over parkinson als fysiotherapeut en leefstijlcoach. Lees hier de nieuwste columns.